Tafeltje Dekje (sprookje 1)

Kinderen zijn niet de enige die in sprookjes geloven.
Managers kunnen er ook wat van. Een van de sprookjes waarin veel managers nog geloven, is Tafeltje Dek je.

De managers identificeren zich met de vader uit het verhaal en denken dat hun medewerkers, eenmaal de wereld ingestuurd op weg naar volwassenheid, vanzelf wel ‘thuis’ zullen komen met tafels die zichzelf dekken, ezels die gouden munten poepen en knuppels die mensen een aframmeling bezorgen als dat nodig is.

rolverwarring
Zij verwarren hun rol als leidinggevende die een afdeling moet aansturen en doelen moet bereiken, met de rol van vader die zijn kinderen moet loslaten om ervoor te zorgen dat zij op eigen benen leren staan. Zij verwachten dat hun medewerkers vanzelf verantwoordelijkheden oppakken. En als ze dat niet doen beginnen ze te piepen en te mauwen: “maar ik heb ze toch de ruimte gegeven”. Zij denken dat ‘de ruimte geven’ en iemand ‘de kans geven om zich te bewijzen’ voldoende sturingsinstrumenten zijn om voor elkaar te krijgen wat zij willen.
Helaas, dat is een sprookje.

vertrouwen
Als zij hun doelen willen bereiken, werkt het alleen als ze afgebakende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden delegeren aan hun ondergeschikten. Voorafgaand daar aan is het van belang dat er wordt gekeken naar de competenties van de ondergeschikte. Is de persoon wel in staat om de betreffende taken uit te voeren? Als de leidinggevende daar op voorhand geen vertrouwen in heeft, moet hij de taak niet delegeren.

kaders

Is er wel vertrouwen, dan is het nodig om kaders uit te zetten. Wat wordt er precies van de ondergeschikte verwacht? Waarin heeft hij/ zij aansturing, aanmoediging of controle nodig? Is een opleiding of cursus van belang? Hoeveel vrijheid is er om de taken naar eigen inzicht in te vullen?
Ook als al die randvoorwaarden helder zijn, is er nog een belangrijke bepalende factor waar de leidinggevende een rol in speelt. Of een ondergeschikte de toebedeelde taken naar behoren uitvoert, is voor een deel afhankelijk van het vertrouwen dat de leidinggevende in hem of haar heeft. Sta je werkelijk achter je ondergeschikte? Dan heb je je huiswerk gedaan en mag je voor de rest weer in sprookjes gaan geloven.
Lees hier Tafeltje Dekje

Het gat dat zichzelf vulde, een hedendaags management-sprookje

Een manager had eens een gat.
Hij bedacht een aantal opties om dat gat te vullen, maar er was geen een optie bij waar hij echt vertrouwen in had.
Toen kreeg hij een geweldige brainwave. Wat als het gat zich eens vanzelf vulde ?
Wat als zijn probleem nou eens als sneeuw voor de zon zou verdwijnen zonder dat hij zich daar echt bewust voor hoefde in te spannen ?
Zou dat niet verrukkelijk zijn.
Ja, dat was beslist de beste oplossing. Dat hij daar niet eerder aan gedacht had !
Hij schaamde zich ervoor dat hij deze eenvoudige oplossing niet eerder had bedacht.
Diep van binnen knaagde wel een beetje twijfel, maar daar stapte hij overheen. “Op iedere oplossing valt wel wat af te dingen” hield hij zichzelf voor.

Die nacht droomde hij over een circus.
Een vrouw in een zachtgroene jurk heette iedereen welkom en gaf iedereen een plaats.
Een groep vrouwen in een goudgele hansop deden salto’s in de trapeze, terwijl ze rijmpjes improviseerden rond bergen en dalen. Al snel deed iedereen mee. Een man in een donkerblauwe kamerjas deelde kaartjes uit waarop de beste strofen werden genoteerd. De opperstalmeester in zijn glimmend rode pak, wierp een blik op de kaartjes, keek het hele gezelschap langs, koos voor iedereen een opdracht, liet de gordijnen opentrekken en stuurde het hele gezelschap de wijde wereld in.
Een manager had eens een gat.
Hij deed vier stappen, de lucht bracht de ideeën, het water de betrokkenheid, het vuur maakte de keuze en de aarde gaf er haar ritme aan .
Het gat vulde zich vanzelf.